Organisch – Wat het echt betekent om naar je lichaam te luisteren
Delen via:
In Organischonthult arts en onderzoeker Giulia Enders (bekend van haar miljoenenbestseller De charme van je darmen) wat het echt betekent om naar je lichaam te luisteren. In een wereld die steeds drukker en complexer wordt, is gezond leven niet altijd makkelijk. Wat is gezond leven precies, en waarom blijkt het vaak zo moeilijk te zijn? We weten in grote lijnen namelijk prima wat goed is: voldoende bewegen, voedzaam eten, regelmatig slapen. Dus waarom is het dan zo moeilijk om daarnaar te leven?
(Fragment uit: Organisch, geschreven door Giulia Enders)
“Vroeger was er maar één orgaan waar ik een natte neus van kreeg – de darmen. Als tiener wilde ik er al alles van weten, tijdens mijn studie spitste ik pas mijn oren als hun naam viel, en op mijn 23e schreef ik er zelfs een boek over, dat verbluffend genoeg een bestseller werd.
Mijn loopbaan, dacht ik, was daarmee helemaal uitgestippeld: ik zocht een ziekenhuis uit dat ‘het spijsverteringskanaal’ als zwaartepunt had en begon me te specialiseren. Maar al snel botste ik daarbij met de werkelijkheid: had ik voorheen gedacht dat ik alleen van ‘darmonderzoek’ op de hoogte hoefde te zijn, al snel kon ik daar alleen maar om lachen.
Zo behandelde ik een vrouw die na het verlies van haar baby hevige buikkrampen had en zich schaamde dat ze niet snel genoeg ‘weer fit’ was. Ik kreeg iemand op spreekuur bij wie voortdurend wisselende diensten de spijsvertering in de war schopten. Een gepensioneerde vrouw met een ellenlange medicijnlijst klaagde over ‘vage misselijkheid’, en iemand die politiek actief was, had last van storende diarree – het gevolg, zo bleek, van diverse stimulerende middelen die moesten helpen om alle deadlines te halen.
Toen een aannemer – formaat klerenkast – mij op een middag toevertrouwde dat hij vaak zenuwachtig was en last had van angstaanvallen, zei ik in gedachten verzonken alleen: ‘Ja, dat hebben echt veel mensen!’ Dat bedoelde ik niet bagatelliserend. Ik was, net als de goede man zelf, gewoon verbaasd.
Uiteraard kon ik deze mensen helpen – iets voorschrijven, verschillende dingen proberen en klachten verlichten – maar tegelijkertijd voelde dat niet als de echte oplossing voor hun problemen. Diep in mij groeide er een knagende ontevredenheid. Ik kon zien dat mensen er last van hadden dat ze niet functioneerden als een machine of eruitzagen als een pop, en dat ze het moeilijk vonden om eenzaam te zijn of zich verdrietig te voelen.
Het lukte me niet om onder woorden te brengen wat me in de loop der tijd steeds meer opviel. Minstens zo vaak als ik organen behandelde, behandelde ik een merkwaardige tijd.
Toen ik zo een paar jaar aan het werk was, overleed onverwacht mijn oma. Zij was een van de belangrijkste mensen in mijn leven, maar toch voelde ik na haar dood eerst een tijdlang helemaal niets. Ik stond op, vertrok naar mijn werk en ging ’s avonds naar bed. Zelfs mijn angst voor het donker was verdwenen. ‘Wie gevoelens als rouw niet toelaat, stelt ze uit en maakt ze groter’, had ik ooit tijdens een psychologiecollege genoteerd. Nu moest ik eraan denken, maar het besef hielp me niet. Wat was er met me aan de hand?
Enige tijd later zat ik in het zonnetje achter mijn bureau een medische tekst over wonden te lezen. Opeens kwamen de tranen. Het was alsof de huid begreep hoe het is om iemand kwijt te raken. Gewond raken, het plotselinge ontbreken van weefsel, de eerste shockreactie. Wat ik eerder niet had toegelaten, kreeg nu eindelijk de vrije loop. Ik kon rouwen. Ook bij de vraag hoe ik eroverheen zou komen richtte ik me op hoe de huid met wonden omging. Een blik op mijn lichaam hielp me om mens te zijn.
Deze ervaring zette me aan het denken. We leven in een luidruchtige en veeleisende wereld. We krijgen voortdurend informatie binnen: wat we willen bereiken, hoe we kunnen leven, hoe we eruit moeten zien of hoe we ons moeten voelen. En dat terwijl we soms nog niet eens begrijpen wat we in het hier en nu al zijn.
Zou kennis over ons lichaam tegenwicht kunnen bieden tegen wat ik in het ziekenhuis en bij mezelf zag? Zou een lichamelijk perspectief – al was het maar tot op zekere hoogte – kunnen helpen om in de maalstroom van het moderne leven onze menselijkheid te behouden?
Als je er eenmaal op begint te letten, valt op hoeveel begrippen uit de techniek, economie of zelfs oorlogsvoering we gebruiken om over ons lichaam te praten. Onze hersenen vergelijken we met een computer, ons immuunsysteem ‘stuurt troepen’ om ‘indringers aan te vallen’, met sporten vergroten we de ‘efficiëntie’ van de training met ‘fitnessregimes’, en wie niet genoeg in zijn gezondheid ‘investeert’, krijgt later ‘de rekening gepresenteerd’. Blijkbaar kleuren thema’s uit de buitenwereld onze kijk op onszelf. Maar wat doet dat met ons? En kunnen we het niet gewoon omdraaien, zodat ons lichaam bepaalt hoe we over ons werkende of sociale leven denken?
Me verdiepen in mijn theorie werd een hobby voor me. Steeds als de wereld nieuwe vragen opriep, las ik in allerhande vakliteratuur over ons gevoelsleven. Nieuw onderzoek naar longen liet me anders over basisbehoeften denken. Hoe ons lichaam zich herstelt, wat het nodig heeft en hoe het met het ongewone omgaat, werd voor mij een inspiratiebron. Door in modern onderzoek over immunologie te duiken, begon ik andere dingen belangrijk te vinden voor mijn veiligheid. De huid gaf me een nieuwe kijk op relaties – op verwondingen, genezing, aanraking en grenzen. En wie had gedacht dat spieren zo hun eigen perspectief op kracht en sterkte kunnen opleveren? Voor de belangrijkste menselijke behoeften was er steeds een passend orgaan.
Het is fascinerend hoe ons lichaam zijn problemen oplost. Steeds opnieuw kon ik verbanden leggen met mijn eigen leven en had ik het gevoel dat ik in een snoepwinkel vol antwoorden stond.
‘Ons lichaam begrijpen helpt ons niet alleen om ziekten te voorkomen. Onze organen leveren ook een wezenlijke bijdrage aan wat het betekent om te zijn wie we zijn.’
Giulia Enders
Ons lichaam begrijpen helpt ons niet alleen om ziekten te voorkomen. Onze organen leveren ook een wezenlijke bijdrage aan wat het betekent om te zijn wie we zijn. Ze hebben invloed op levensvragen. Wat hebben we bijvoorbeeld écht nodig? Hoe gaan we met bedreigingen om? Hoe willen we met elkaar omgaan? Of neem een vraag als: wat kunnen we bereiken en hoe? Als we de antwoorden van ons lichaam beter begrijpen, kunnen we in grotere harmonie met onszelf leven.
Behalve bij ziekten of epidemieën zet het lichaam zelden de toon van openbare debatten. En zelfs dan is een deel van wat we over ons lichaam denken te weten al tamelijk verouderd. Weliswaar heeft onderzoek naar ons immuunsysteem van de afgelopen twintig jaar duidelijk gemaakt dat onze veiligheid er niet alleen op berust ‘het kwaad af te slaan’. Wie begrijpt waarom, vindt een dergelijke overtuiging eventueel ook in zijn of haar eigen leven ietwat… tja, onbeholpen. En dat is nog maar één voorbeeld.
Wat er in dit boek staat, berust op wetenschap en heeft tegelijkertijd iets persoonlijks. Zo vond ik de longen in eerste instantie vrij passief en zacht, totdat ik besefte dat ze me aan mijn overgrootmoeder deden denken. Hoewel zij een zachte, en soms zeer passief aandoende, vrouw was, had ze een enorme invloed op iedereen om haar heen. Ze vormde een basis, zoals de longen en de ademhaling dat doen.
In plaats van dat ik (zoals ik eerst van plan was) deze persoonlijke overdenkingen alleen voor mezelf opschreef, heb ik ze voor elk hoofdstuk laten staan, want ze laten zien hoe mijn opvoeding en mijn kijk op de wereld mijn woorden hebben beïnvloed. Voor de wetenschap en de mensen die wetenschappelijk werk doen, geldt dat net zo. Daarmee zijn gedachten of wetenschappelijke ontdekkingen nog niet verkeerd of onzakelijk; het betekent alleen dat de weg ernaartoe persoonlijk kan zijn.
Van, in plaats van alleen over, mijn lichaam leren heeft me veranderd. Ik kijk met een nieuwe eerbied naar het menselijke. ‘Onproductieve gevoelens’, fysieke grenzen of een andere definitie van macht komen opeens niet meer als ongehoord of zwak op me over, maar volgen een logica die nu dichter bij me staat. Inmiddels denk ik dat, zoals herkennen wie we zijn hoort bij volwassen worden, begrijpen wat we zijn deel uitmaakt van mens worden. En begrijpen wat we nodig hebben. Want hoe luidruchtig de wereld om ons heen ook is, of ze op clicks gebaseerd is, op nullen en enen en op niets daartussenin, verandert niets aan ons binnenste – we zijn organische wezens. Verbonden door vezels verweven we de capaciteiten van onze organen tot een unieke levendigheid. We vinden onszelf voortdurend opnieuw uit, hervormen ons en blijven toch miljoenen jaren oud.
Er is een stem die ons aan dat alles herinnert. Zijn taal spreken maakt ons tot oerbewoners van onszelf: Organisch.”
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws rondom onze boeken.